Stilte als poort

In een canonieke boeddhistische tekst beantwoordt een verlichte leek een belangrijke vraag van monniken met zwijgen. Hij vermijdt een uitspraak over hoe we de poort tot de uiteindelijke werkelijkheid kunnen betreden. Over dit zwijgen wordt gezegd dat de stilte oorverdovend is. Wat gebeurt er in deze oorverdovende stilte? Wat wordt daar zichtbaar? En hoe kun je dit stil worden concreet beoefenen, ook en juist in de kakofonie van alledag?

Stilte als poort