Spreken over de ziel in ‘neuro-tijd’

Het begrip ‘ziel’ is de laatste halve eeuw flink onder druk komen te staan. Veel traditionele, filosofische en theologische concepten en voorstellingen ten aanzien van de ziel zijn minder vanzelfsprekend geworden. En toenemende kennis vanuit de evolutionaire biologie en de neurowetenschappen maken het volgens velen mogelijk, het leven en de ziel (geest) op den duur helemaal te verklaren vanuit het zelf-organiserend vermogen van de materie. Volgens deze opvatting zijn het dus louter materiële processen die – van onderop – steeds complexere organische en mentale vormen, systemen genereren. Waarom zouden we het dan nog over ziel (geest) hebben? Een ten opzichte van de materie eigenstandige ziel (geest) zou dan niet meer bestaan. Maar kunnen persoon-zijn, individualiteit, vrijheid, onsterfelijkheid, moraal, religie, cultuur, kunst et cetera, al die typisch menselijke eigenschappen en werken, volledig herleid en begrepen worden vanuit puur materiële, lichamelijke processen en organisatievormen? Kan het begrip ‘ziel’ daarbij een betekenisvolle rol spelen en zo ja, hoe moeten we ‘ziel’ dan verstaan? Dit zijn de kernvragen van de vier lezingen van deze cyclus.

Lezingen:

De ziel in de hedendaagse kunst en literatuur >>
De ziel doorheen de tijd >>
De ziel en de menselijke vrijheid >>
De ziel in religieus, theologisch perspectief >>

Spreken over de ziel in ‘neuro-tijd’